waotrefpunt.com
Het
Lourdes van de WAO
"Je gaat ziek naar binnen en staat wonderbaarlijk genezen weer buiten
".
" De eerste arts die dat is gelukt: een echte wonderdokter! "
De Slachting van het UWV
3 belangrijke uitspraken.
Lees ze goed door, je kan er echt wat
aan hebben als je goedgekeurd bent of je AO percentage is veranderd...vergelijk
en stel beroep in als je wat aan deze jurisprudentie hebt.
Mensen die deze beroeps zaken hebben aangespannen hebben de weg vrijgemaakt voor
al diegenen in vergelijkbare zaken !!!!!!!
Ze hebben niet opgegeven en zijn doorgegaan tot de hoogste raad zelf wanneer in
de lagere rechtbanken men heeft verloren.
1 CRvB:onderzoeksmethodes VA's/toetsing rechter
LJN: AZ6138, Centrale Raad van Beroep ,
05/1494 WAO
Datum uitspraak: 10-01-2007
Datum publicatie: 16-01-2007
Rechtsgebied: Sociale zekerheid
Soort procedure: Hoger beroep
Inhoudsindicatie: WAO-schatting.
Het gaat hier om de zorgvuldigheid van de medische grondslag van de
geselecteerde functies, en de aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in
aanmerking, maar in OVERWEGINGEN staat belangrijke info mbt de
onderzoeksmethodes van verzekeringsartsen, (on)mogelijkheid verzamelen
bewijslast betrokkenen, alsmede de toetsing door de bestuursrechter:
Uit: OVERWEGINGEN:
In hoger beroep heeft appellant allereerst een aantal algemene klachten
aangevoerd over de onderzoeksmethoden van verzekeringsartsen en de wijze van
toetsing daarvan door de bestuursrechter.
Daarnaast heeft appellant gesteld dat er bij hem veel meer aan de hand is dan de
chronische longaandoening.
Er is sprake van problemen met het immuunsysteem, liesklachten, problemen met de
bloedsomloop, urologische klachten, zweervorming aan de slokdarm en energetische
problematiek.
Hij is hierdoor meer beperkt dan in de FML is aangenomen.
Appellant heeft in hoger beroep rapporten overgelegd van Instituut Psychosofia
van 27 januari 2003, 2 december 2003, 19 augustus 2004 en 28 december 2004.
De Raad overweegt als volgt.
Ten aanzien van de algemene klachten over de onderzoeksmethoden van
verzekeringsartsen en de wijze van toetsing daarvan door de bestuursrechter, die
de gemachtigde van appellant ook in andere procedures heeft aangevoerd, verwijst
de Raad naar zijn ter zake gevormde jurisprudentie, bijvoorbeeld de uitspraak
van 13 juli 2005 (LJN: AT9828).
Het is juist dat de bestuursrechter op voorhand een bepaalde waarde toekent aan
de rapporten van (bezwaar)verzekeringsartsen, maar dit brengt belanghebbenden
niet in feite in de onmogelijke omstandigheid dat zij ooit aan een bewijslast
kunnen voldoen.
In de eerste plaats kan ook door medische leken gewezen worden op
inconsistenties of niet concludente overwegingen in een rapportage van een
(bezwaar)verzekeringsarts.
Daarnaast is het mogelijk met behulp van een rapport van een
regulier arts aan te tonen dat de medische beoordeling door de
(bezwaar)verzekeringsarts niet juist is geweest.
..........
2 CRvB: geen deugdelijke
onderbouwing
LJN: AZ6142, Centrale Raad van Beroep , 04/3289 WAO
Datum uitspraak: 05-01-2007
Datum publicatie: 16-01-2007
Rechtsgebied: Sociale zekerheid
Soort procedure: Hoger beroep
Inhoudsindicatie: WAO-schatting. Geen deugdelijke onderbouwing.
Uit: OVERWEGINGEN:
In hoger beroep heeft appellante doen aanvoeren dat haar medische beperkingen
door het UWV zijn onderschat, dat zij geen duurzaam benutbare mogelijkheden
heeft en dat geen met haar reële beperkingen corresponderende functies kunnen
worden geduid, zodat zij als volledig arbeidsongeschikt moet worden aangemerkt.
Zij heeft hierbij met name verwezen naar informatie van de haar behandelende
anesthesioloog G.E.C.J.M. van Oss.
Met betrekking tot de geselecteerde functies heeft appellante onder meer doen
aanvoeren, dat deze niet voldoen aan haar beperkingen, onder meer niet omdat in
de functies precies en geconcentreerd moet worden gewerkt, waartoe appellante
zich niet in staat acht.
Ten aanzien van de vraag of de medische beperkingen van appellante door het UWV
zijn onderschat overweegt de Raad het volgende.
De bezwaarverzekeringsarts heeft in de zogenoemde Functionele Mogelijkheden
Lijst (FML) op diverse aspecten beperkingen voor appellante opgenomen.
Daarbij heeft hij ook een medische urenbeperking opgenomen in die zin, dat naar
zijn mening appellante gemiddeld ongeveer 4 uur per dag en 20 uur per week kan
werken.
Bij deze vaststelling heeft hij informatie betrokken van een aantal artsen die
appellante behandelen, of hebben behandeld, waaronder een brief d.d. 10 oktober
2003 van de anesthesioloog G.E.C.J.M. van Oss.
Uit die brief blijkt dat Van Oss van mening is dat er een causaal verband
bestaat tussen de vermoeidheidsklachten van appellante en de hoge dosis
Durogesic als gevolg van het noodzakelijke dragen van morfinepleisters.
Naar het oordeel van de Raad is er geen grond voor het oordeel dat appellante
een grotere urenbeperking heeft dan hiervoor is aangegeven. Ook de in hoger
beroep overgelegde brief d.d. 25 maart 2004 biedt daarvoor geen
aanknopingspunten.
Overigens heeft de bezwaarverzekeringsarts voor appellante een groot aantal
andere beperkingen geformuleerd.
Blijkens de (kritische) FML heeft de bezwaarverzekeringsarts een 8-tal van deze
beperkingen van een nadere toelichting voorzien.
Bij door de Raad op 20 november 2006 ontvangen brief heeft het UWV aangegeven:
"Bij bestudering van het dossier van mevrouw [appellante] hebben wij
geconstateerd dat er beperkende toelichtingen zijn opgenomen in de FML.
Met het oog op uw recente jurisprudentie hebben wij de FML voorgelegd aan de
bezwaarverzekeringsarts met het verzoek de FML juist op te stellen.
Vervolgens willen wij de aangepaste FML voorleggen aan de
bezwaararbeidsdeskundige zodat beoordeeld kan worden of de geduide functies ook
op basis van de nieuwe FML als geschikt kunnen worden aangemerkt."
Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van het UWVnog aangeven dat de mogelijke
verwerking van de toelichting tot een beperking, in ieder geval bij de aspecten
4-12 (torderen), 4-22 (knielen of hurken) en 5-6 (gebogen en/of getordeerd
actief zijn), ertoe leidt dat een beperking in de FML moet worden opgenomen,
waar dat tot dusverre niet is gebeurd.
De Raad volgt het UWV dat zich onder de gedingstukken geen correcte FML bevindt,
en evenmin een hieraan getoetst overzicht van de functiebelasting van de
geselecteerde functies.
Appellante en de Raad kunnen daarom niet beoordelen of er bij bepaalde aspecten
sprake is van overschrijding van de beperkingen van appellante.
Evenmin kan worden beoordeeld of een nadere toelichting van de
(bezwaar)arbeidsdeskundige nodig is en of deze mogelijk nader overleg dient te
voeren met de (bezwaar)verzekeringsarts.
In ieder geval stelt de Raad vast dat de (bezwaar)arbeidsdeskundige niet bij
alle geselecteerde functies een toelichting heeft gegeven op de aspecten die
volgens het UWV dienen te worden bijgesteld.
De Raad heeft voorts geconstateerd dat de anesthesioloog Van Oss in zijn brieven
aangeeft dat appellante ook beperkt is in haar mogelijkheden om geconcentreerd
te werken, terwijl uit de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts Verheijen
niet blijkt of en op welke wijze hiermee rekening is gehouden.
Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van het UWV gewezen op de mogelijk naar
aanleiding van de brief van Van Oss opgenomen beperking voor persoonlijk
functioneren, in de zin dat appellante wegens medicijngebruik geen
chauffeursfuncties en geen werkzaamheden op grote hoogte kan verrichten.
Mede in het licht van hetgeen namens appellante is gesteld omtrent haar
beperkingen ten aanzien van precies en geconcentreerd werken, nu de geduide
functies op onderdelen een belasting hebben die mogelijk met deze beperkingen in
strijd is, en nu de wel opgenomen beperking niet lijkt te beantwoorden aan de
problemen van appellante om geconcentreerd te werken, is de Raad van mening dat
verweerder nader dient te motiveren of en op welke wijze met de visie van Van
Oss op het punt van de problemen van appellante om geconcentreerd te werken, is
rekening gehouden.
Derhalve luidt de uitspraak, dat het bestreden besluit zowel
arbeidskundig als medisch niet op een deugdelijke motivering berust,
aangevallen uitspraak wordt vernietigd, en UWV moet een nieuwe beslissing op
bezwaar nemen met inachtname van het in de Overwegingen van de CRvB gestelde.
..........
3 CRvB: onv. medische-, arb. kundige grondslag
LJN: AZ6490, Centrale Raad van Beroep ,
05/1587 WAO
Datum uitspraak: 03-01-2007
Datum publicatie: 18-01-2007
Rechtsgebied: Sociale zekerheid
Soort procedure: Hoger beroep
Inhoudsindicatie: WAO-schatting. Ontoereikende medische en arbeidskundige
grondslag.
Een duidelijk voorbeeld dat UWV op meerdere fronten zeer onzorgvuldig iemands
belastbaarheid heeft ingeschat, en daarvoor door de CRvB wordt teruggefloten!
Betreft iemand, die eigenlijk alleen maar met urenbeperking in WSW-setting onder
constante begeleiding zeer gestructureerd zou kunnen werken, en daarnaast privé
in alle opzichten geholpen moet worden met structuur in het leven aan te
brengen, administratie regelen, etc,etc Dus een bijzonder kwetsbaar iemand.
En UWV dacht bij de functieselectie over veel van deze beperkingen heen te
kunnen walsen. Nee dus.
Aangezien dit een behoorlijk lange uitspraak is kan u de volledige uitspraak
hier lezen.
Bron van alle uitspraken:
Rechtspraak.nl