waotrefpunt.com
Het
Lourdes van de WAO
"Je gaat ziek naar binnen en staat wonderbaarlijk genezen weer buiten
".
" De eerste arts die dat is gelukt: een echte wonderdokter! "
De Slachting van het UWV
Duurzaam arbeidsongeschikt
binnen de WIA/IVA(WAO)
Heel belangrijke uitspraak !!!
Hier wordt weer het belang aangetoond van artikel 3.2 van de Wet op
Bestuursrecht !!!!
Van: rechtspraak.nl
LJN: BA7510, Rechtbank Utrecht , SBR 06/4166 Print uitspraak
Datum uitspraak: 01-06-2007
Datum publicatie: 19-06-2007
Rechtsgebied: Bestuursrecht overig
Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie: WIA. Duurzaam arbeidsongeschikt? Beoordeling van de
duurzaamheid van arbeidsbeperkingen. Verzekeringsgeneeskundig oordeel
onvoldoende (kenbaar) toegespitst op de specifieke situatie van eiseres.
Standpunten van partijen
3.1 Eiseres heeft in beroep - kort samengevat - aangevoerd dat zij als duurzaam
arbeidsongeschikt dient te worden aangemerkt, zodat zij in aanmerking dient te
worden gebracht voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de regeling
inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA-uitkering).
Daartoe stelt zij dat er ten aanzien van haar medische situatie, vooral met
betrekking tot haar rugklachten, geen sprake is van behandelmogelijkheden.
De ondervonden beperkingen zoals neergelegd in voornoemde FML zijn daardoor
duurzaam van aard.
Voorts heeft eiseres aangevoerd dat verweerders redenering dat, nu twee van de
drie aandoeningen behandelbaar zijn, verbetering van de belastbaarheid mogelijk
is, onjuist is.
In dat verband voert zij aan dat de meeste beperkingen die opgenomen zijn in de
FML terug te voeren zijn op de ernstige rugklachten waarmee zij kampt, zodat
verbetering van de andere twee aandoeningen niet tot gevolg heeft dat haar
belastbaarheid daadwerkelijk toeneemt.
3.2 Verweerder heeft zich in beroep op het standpunt gesteld dat de vraag of de
arbeidsongeschiktheid van eiseres duurzaam van aard is ontkennend dient te
worden beantwoord.
Het gevolg daarvan is dat aan eiseres terecht geen IVA-uitkering is verstrekt.
Ter onderbouwing van dat standpunt heeft verweerder, samengevat, aangevoerd dat
de belastbaarheid van eiseres door behandeling van de klachten op termijn kan
toenemen.
Beoordeling van het geschil
4.1. Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is volledig en duurzaam
arbeidsongeschikt hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen
gevolg van ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling geheel of duurzaam
slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20 % te verdienen van het
maatmaninkomen per uur.
Ingevolge het tweede lid wordt onder duurzaam verstaan een medisch stabiele of
verslechterende situatie.
Ingevolge het derde lid wordt onder duurzaam mede verstaan een medische situatie
waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat.
4.2 Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Wet WIA is gedeeltelijk
arbeidsgeschikt hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen
gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met
arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, doch niet
volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.
4.3 Op grond van artikel 47, eerste lid, van de Wet WIA, ontstaat een recht op
een IVA-uitkering indien de verzekerde na het doorlopen van de wachttijd
volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.
4.4 Op grond van artikel 54, eerste lid, van de Wet WIA, ontstaat een recht op
een WGA-uitkering indien de verzekerde na het doorlopen van de wachttijd
gedeeltelijk arbeidsongeschikt is.
4.5 Niet in geschil is dat eiseres arbeidsongeschikt is naar een mate van 80 tot
100%.
In de onderhavige zaak ligt ter beoordeling de vraag voor of, nu vast staat dat
eiseres op de datum in geding 1 mei 2006 volledig arbeidsongeschikt was,
verweerder terecht heeft geconcludeerd dat zij niet duurzaam arbeidsongeschikt
is en dat zij dus niet in aanmerking komt voor een IVA-uitkering.
4.6 Verweerder heeft ter zitting een interne richtlijn van het UWV in het geding
gebracht, getiteld "Beoordeling van de duurzaamheid van arbeidsbeperkingen".
Deze richtlijn wordt door verweerders verzekeringsartsen gebruikt bij de
beoordeling van de vraag of de arbeidsbeperkingen bij geconstateerde volledige
arbeidsongeschiktheid duurzaam van aard zijn.
Verweerder heeft ter toelichting aangegeven dat de bezwaarverzekeringsarts in de
onderhavige zaak aansluiting heeft gezocht bij het stappenplan in de paragraaf
'oordeelsvorming' van de richtlijn. Deze paragraaf luidt als volgt:
Stap 1: De verzekeringsarts beoordeelt of verbetering van de belastbaarheid is
uitgesloten. Dat is het geval als sprake is van:
a. een progressief ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden of
b. een stabiel ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden.
Stap 2: Als verbetering van de belastbaarheid niet is uitgesloten beoordeelt de
verzekeringsarts in hoeverre die verbetering in het eerstkomende jaar kan worden
verwacht.
De verzekeringsarts gaat na of één van de volgende twee mogelijkheden aan de
orde is:
a. er is een redelijke of goede verwachting dat verbetering van de
belastbaarheid zal optreden.
b. verbetering van de belastbaarheid is niet of nauwelijks te verwachten.
Als voor de keuze tussen 2.a [en] 2b doorslaggevende argumenten ontbreken gaat
de verzekeringsarts uit van een redelijke of goede verwachting dat verbetering
van de belastbaarheid zal optreden.
Stap 3: Als in het eerstkomende jaar niet of nauwelijks verbetering van de
belastbaarheid kan worden verwacht (2.b is van toepassing) beoordeelt de
verzekeringsarts of en zo ja in hoeverre die na het eerstkomende jaar nog kan
worden verwacht. Ook nu zijn er twee mogelijkheden:
a. er is een redelijke of goede verwachting dat verbetering van de
belastbaarheid zal optreden; dit is alleen het geval als van een behandeling
vaststaat dat die eerst op langere termijn kan zijn gericht op verbetering van
de belastbaarheid;
b. verbetering van de belastbaarheid is niet of nauwelijks ter verwachten: alle
overige gevallen.
De bezwaarverzekeringsarts heeft geconcludeerd dat er geen sprake is was van een
situatie als bedoeld in stap 1, hetgeen betekent dat verbetering van de
belastbaarheid van eiseres naar zijn oordeel niet was uitgesloten.
Bij de beoordeling van stap 2 heeft de bezwaarverzekeringsarts geconcludeerd dat
sprake was van een situatie als bedoeld onder a, te weten dat er een redelijke
of goede verwachting is dat verbetering van de belastbaarheid zal optreden
binnen een jaar na het beoordelingsmoment.
4.7 De rechtbank overweegt dat uit voornoemde rapportage van de
bezwaarverzekeringsarts blijkt dat deze de mening van de primaire
verzekeringsarts deelt, dat eiseres lijdt aan een drietal aandoeningen.
Er is sprake van multipele discopathie lumbaal met spondylose, angorafobische
klachten en paniekaanvallen (in partiële remissie) en van een ulnaropathie.
De twee laatstgenoemde klachten kunnen goed behandeld worden aldus de
bezwaarverzekeringsarts.
Ten aanzien van de eerste klacht, die de rechtbank kortheidshalve zal aanduiden
als rugklachten, concludeert de bezwaarverzekeringsarts dat behandeling eveneens
goed mogelijk is en dat daarbij een redelijke tot goede verbetering van de
belastbaarheid in het komende jaar zal kunnen optreden. Daartoe heeft hij onder
meer als volgt overwogen.
Dit zijn uitingen van het verouderingsproces van de wervelkolom. (...) Er is
slechts een matige correlatie tussen deze bevindingen en de ervaren klachten.
Zowel artrose als discusdegeneratie is vaak verenigbaar met een goede functie.
(...) Bij deze verouderingsverschijnselen hoort dat de klachten wisselend zijn.
Betrokkene is niet persé veroordeeld tot blijvende klachten. Het is belangrijk
dat betrokkene actief blijft en weer vertrouwen krijgt in haar rug.
Niet elke pijnsensatie is een voorbode van rampzalige terugval. (Leerboek
Orthopedie Verhaar en Van der Linden, 2001, bladzijde 418).
Er zijn verschillende behandelmogelijkheden zoals pijnstilling, oefenen,
houdingsoefeningen en het in kaart brengen en behandelen van de psychosociale
factoren die een belangrijke invloed op de chronisch ervaren pijn kunnen hebben.
Dat het verouderingsproces niet is terug te draaien, maakt dus niet dat de
belastbaarheid blijvend laag hoeft te zijn. (...)
4.8 De grief van eiseres inzake de conclusie van verweerder dat reeds omdat twee
van de drie aandoeningen van eiseres behandelbaar zijn, toename van haar
belastbaarheid mogelijk is, slaagt.
De vaststelling dat twee van de drie klachten van eiseres kunnen worden
behandeld leidt niet vanzelfsprekend tot de conclusie dat reeds daardoor de
belastbaarheid voor arbeid van eiseres toeneemt.
Deze conclusie kan immers pas getrokken worden indien vaststaat dat de twee
(nadien te behandelen) klachten van invloed zijn geweest op de vaststelling van
beperkingen in de FML en voorts dat behandeling van de klachten (mogelijk) leidt
tot het wegnemen van die beperkingen uit de FML terwijl ten slotte toename van
de belastbaarheid niet is uitgesloten door de - al dan niet te behandelen -
derde klacht.
Deze noodzakelijke premissen ontbreken in de redenering van verweerder, zoals
hij ook bij monde van de gemachtigde ter zitting heeft erkend.
De mogelijke verbetering van de belastbaarheid waarvan verweerder uitgaat, kan
als gevolg hiervan slechts worden afgeleid uit de motivering ten aanzien van de
behandelbaarheid van de rugklachten van eiseres.
4.9 Naar het oordeel van de rechtbank is deze motivering echter ontoereikend.
Daartoe wordt het volgende overwogen.
4.10 Onder 'kans op herstel' in de zin van artikel 4, derde lid, van de Wet WIA,
moet naar het oordeel van de rechtbank in dit geval worden verstaan: de kans op
herstel van arbeidsmogelijkheden en daarmee de kans op vergroting van de
belastbaarheid.
4.10.1 Uit de rapportage van zowel de primaire verzekeringsarts als de
bezwaarverzekeringsarts blijkt dat op de datum in geding sprake is van klachten
die opname van forse beperkingen in de FML rechtvaardigen. Opgemerkt wordt dat
eiseres nauwelijks mobiel is, en zich verplaatst met behulp van een rollator.
Van behandelmogelijkheden die leiden tot toename van de belastbaarheid lijkt
naar het oordeel van de primaire verzekeringsarts geen sprake, nu deze in zijn
rapportage volstaat met de conclusie dat de prognose ten aanzien van toename van
de belastbaarheid "dubieus" is.
Hij heeft blijkens de rapportage niet nader beoordeeld of de
arbeidsongeschiktheid van eiseres duurzaam van aard was.
De bezwaarverzekeringsarts overweegt in aansluiting op de genoemde richtlijn
meer in extenso, zij het in algemene bewoordingen, dat personen met dezelfde
aandoening niet altijd veroordeeld hoeven zijn tot blijvende klachten.
4.10.2 In hoeverre deze overweging is toegespitst op de situatie van eiseres
wordt uit de motivering van het bestreden besluit echter niet voldoende
duidelijk.
De bezwaarverzekeringsarts wijst in zijn nadere rapportage van 9 januari 2007 op
de conclusie van neuroloog dr. C.J.M. Frijns (bij brief van 22 juni 2006), dat
op neurologisch gebied geen behandelmogelijkheden bestaan en dat eiseres zich
kan wenden tot het Rugadviescentrum indien de behandeling door het pijnteam van
het Diakonessenhuis te Zeist geen effect bewerkstelligt.
De bezwaarverzekeringsarts verbindt mede daaraan, en aan zijn overwegingen zoals
hiervoor weergegeven onder 4.7, de conclusie dat behandelmogelijkheden bestaan
en dat deze behandelmogelijkheden maken dat de verwachting ten aanzien van
verbetering van de belastbaarheid in het komende jaar redelijk tot goed is.
4.10.3 Naar het oordeel van de rechtbank sluit deze conclusie onvoldoende aan op
de specifieke situatie van eiseres.
Dat er behandelmogelijkheden bestaan, is voldoende duidelijk gemotiveerd.
Dat deze behandelmogelijkheden daadwerkelijk een verbetering van de
belastbaarheid van eiseres doet verwachten is een prognose die geen steun vindt
in de door de bezwaarverzekeringsarts aangehaalde brief.
Zijn conclusie lijkt slechts te zijn gebaseerd op algemene uitgangspunten uit de
orthopedie, zoals hiervoor weergegeven.
De bezwaarverzekeringsarts heeft dienaangaande geen nadere informatie ingewonnen
bij de behandelende sector, zoals bijvoorbeeld het voornoemde Rugadviescentrum.
Het is dan ook onduidelijk tot welke prognose de behandelende sector komt ten
aanzien van het effect van een eventuele behandeling op de klachten van eiseres,
temeer nu eiseres aanvoert dat de pijnbestrijding tot nu toe niet succesvol is
geweest.
4.10.4 De rechtbank constateert voorts dat de primaire verzekeringsarts eiseres
zelf lichamelijk heeft onderzocht, maar dat deze slechts in beperkte mate is
toegekomen aan de beoordeling van de duurzaamheid door dienaangaande het oordeel
"prognose dubieus" in de rapportage op te nemen.
De bezwaarverzekeringsarts heeft eiseres niet zelf onderzocht doch volstaan met
dossieronderzoek.
Naar het oordeel van de rechtbank had het onder deze omstandigheden op de weg
van de bezwaarverzekeringsarts gelegen om nader onderzoek te verrichten, ofwel
door eiseres persoonlijk te onderzoeken, ofwel door nadere informatie op te
vragen bij de behandelende sector.
Doordat deze nadere onderzoeken niet zijn gedaan kan niet worden vastgesteld of
de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts dat vergroting van de belastbaarheid
is te verwachten, terecht is.
Zodoende is onvoldoende komen vast te staan dat ten aanzien van de medische
situatie van eiseres op lange termijn een meer dan geringe kans op herstel
bestaat.
4.10.5 (...)
4.11 Het bestreden besluit is onvoldoende zorgvuldig voorbereid nu het berust op
een onjuiste medische grondslag.
Daartoe is, zoals hiervoor overwogen, van belang dat geen nadere informatie is
ingewonnen bij de behandelende sector ten aanzien van de prognose op lange
termijn met betrekking tot de rugklachten van eiseres en voorts dat het op de
weg van de bezwaarverzekeringsarts had gelegen eiseres zelf lichamelijk te
onderzoeken.
Het bestreden besluit is voorts onvoldoende toereikend gemotiveerd, omdat de
medische conclusies waarop het besluit mede is gebaseerd, onvoldoende specifiek
zien op de situatie van eiseres.
Ten slotte is onvoldoende gemotiveerd of en in hoeverre behandelbaarheid van de
medische klachten van eiseres leidt tot verbetering van de belastbaarheid voor
arbeid op lange termijn.
Gelet daarop zal de rechtbank het beroep van eiseres gegrond verklaren en het
bestreden besluit vernietigen wegens strijd met artikelen 3:2 en 7:12 van de
Algemene wet bestuursrecht (AWB). Verweerder zal een nieuw besluit dienen te
nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.