waotrefpunt.com
Het Lourdes van de WAO
"Je gaat ziek naar binnen en staat wonderbaarlijk genezen weer buiten ". 
" De eerste arts die dat is gelukt: een echte wonderdokter! "

De Slachting van het UWV

 

 

        
           
  


Donner doet al voorbereidend werk in afwachting van uitspraak Hoger Beroep Alkmaar:
Moet een herbeoordeling worden uitgevoerd door een echte verzekeringsarts ?

De uitspraak van het Hoger Beroep Alkmaar is uitgesteld omdat de rechters onderling verdeeld zijn.
Deze uitspraak wordt eindelijk eind deze maand verwacht.

Waar draait het allemaal om ??
Voor meer informatie klikt u hier.

Verschillende lage rechtbanken hebben beslist dat een gedegen herkeuring altijd moet worden uitgevoerd door een geregistreerde en gecertificeerde VA.(Verzekeringsarts)
Of de keuring moet onder supervisie van deze zijn.
Dit moet aan te tonen zijn door een handtekening van de VA die geregistreerd is als een verzekeringsarts.
Hier kan je uiteraard veel van maken.

In de praktijk zal het vaak gebeuren dat een echte VA aan het eind van de dag eventjes zijn krabbeltje zet zonder zich in een dossier of geschiedenis te verdiepen.
Als men maar juridisch ingedekt is.

Het lichamelijk onderzoek zeggen deze rechtbanken moet altijd door een echte verzekeringsarts gebeuren.

Echter heel veel keuringen zijn uitgevoerd door een VA in opleiding, zelfs door mensen (ca 100) die helemaal geen opleiding hebben gevolgd of volgen maar een korte cursus en bijscholing hebben gekregen.
Klik hier voor meer informatie.
Klik ook hier voor meer informatie.
Ook hier vind u nadere informatie.
Donners voorganger de Geus heeft naar aanleiding van kamervragen door Jan de Wit (SP) toegegeven dat er ca 100 mensen in dienst zijn van het UWV die dus helemaal geen opleiding hebben gevolgd of volgen.
Tegen 1 van die uitspraken is UWV en Donner in Hoger Beroep gegaan nl van de lagere rechtbank in Alkmaar.

De nu volgende informatie komt van CORV; te belangrijk om onvermeld te laten.

Donner heeft 16-08-2007 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd, voorbereidend werk in afwachting van het Hoger Beroep Alkmaar.

Zo op het eerste oog, lijkt het erop dat sluwe vos Donner ook hier weer een modus gevonden heeft om keuringen door basisartsen te legitimeren.
Zwak punt IS en BLIJFT hoe het binnen UWV met mentorschap, supervisie geregeld is.
Was onlangs ook immers een (later weer weggehaalde) uitspraak van de CRvB, waarin men oordeelt, dat IN HET ALGEMEEN de kwaliteit van het primair medisch onderzoek voor zover dit door niet geregistreerde VA's wordt verricht, niet voldoende gewaarborgd is.
Later deze maand verwachten we de eerder uitgestelde uitspraak van de Raad, Naar aanleiding het Hoger Beroep inzake uitspraak Rechtbank Alkmaar.
Al helemaal belangrijk, omdat uit de OVERWEGINGEN bij de uitspraak in eerste aanleg bleek, dat Alkmaar keuringen door niet VA's strijdig acht met 1 wet, alsmede 2 besluiten. (ook een KNMG besluit dienaangaande), en daarmee verder gaat dan andere rechtbanken.


De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Binnenhof 1 A
2513 AA S GRAVENHAGE
2513AA22XA
Postbus 90801
2509 LV Den Haag
Anna van Hannoverstraat 4
Telefoon (070) 333 44 44
Fax (070) 333 40 33
www.szw.nl
Onderwerp
Uitspraken Centrale Raad van Beroep over WAO-beoordeling door verzekeringsartsen in opleiding
Ons kenmerk
UB/K/2007/27118
Datum
16 augustus 2007
Tijdens het overleg van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 5 juli jl. over de uitwerking van de arbeidsongeschiktheidsparagraaf in het Coalitieakkoord is door uw Kamer gevraagd naar de op handen zijnde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over de bevoegdheid van verzekeringsartsen in opleiding om keuringen uit te voeren. Over dit onderwerp zijn door het lid De Wit (SP) eerder vragen gesteld, die door mijn ambtsvoorganger zijn beantwoord (Kamervragen 2050615070, SZW kenmerk UB/K/06/51333 d.d. 3 juli 2006 en 2050616180, SZW kenmerk UB/K/06/60320 d.d. 8 augustus 2006).
De Centrale Raad van Beroep heeft op 18 juli jl. een vijftal uitspraken
(1) gedaan over de vraag of de beoordeling door een verzekeringsarts in opleiding in strijd is met het Schattingsbesluit, waarin staat dat de verzekeringsarts het medisch onderzoek voor de WAO-beoordeling verricht.
Volgens enkele rechtbanken betekent dit dat een “verzekeringsarts in opleiding” niet zelfstandig een WAO-beoordeling mag doen.
In deze brief informeer ik u over de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en zal ik nader ingaan op de mogelijke consequenties voor de uitvoeringspraktijk.
Volgens de CRvB mag een niet als verzekeringsarts geregistreerde arts in beginsel wel het medische onderzoek voor de WAO-beoordeling doen.
Een redelijke wetsuitleg houdt in dat met het gebruik van de term verzekeringsarts in het Schattingsbesluit niet uitsluitend de geregistreerde verzekeringsarts is bedoeld.
In dit opzicht zijn de uitspraken een bevestiging van het standpunt dat mijn ambtsvoorganger heeft ingenomen, alsmede van hetgeen het UWV steeds heeft betoogd in de verschillende procedures waarin de bevoegdheid van de artsen aan de orde is gesteld.

Registratie staat garant voor een zekere kwaliteit.
Zolang registratie nog niet heeft plaatsgevonden kan er volgens de Centrale Raad van Beroep niet van worden uitgegaan dat het onderzoek van de (nog) niet als verzekeringsarts geregistreerde arts dezelfde kwaliteit bezit.
Dat de niet-geregistreerde verzekeringsarts voldoende kwaliteit bezit om de WAO-beoordeling te kunnen doen, zal daarom op een andere manier gewaarborgd moeten worden, aldus de
(1) Gepubliceerd op rechtspraak.nl onder nummers LJN BA 9904, BA 9905, BA 9908, BA 9909 en BA 9910 Centrale Raad van Beroep.

Hiervan zal in ieder geval sprake zijn, indien een niet-geregistreerde arts zijn onderzoek bespreekt met een mentor of supervisor die wel te boek staat als geregistreerd verzekeringsarts, en elke medische rapportage door die mentor of supervisor (mede) wordt ondertekend.
Voor zover dit niet is gebeurd, kan dat in de bezwaarfase worden hersteld door de bezwaarverzekeringsarts de wezenlijke onderdelen van het verzekeringsgeneeskundige onderzoek te laten verrichten.
Uit de uitspraken vloeit dus niet voort, dat de besluiten inhoudelijk onjuist zijn, maar dat de medische beoordeling op dit punt onzorgvuldig is geweest.
Uit de uitspraken kan voorts worden afgeleid dat de Centrale Raad van Beroep dit gebrek niet ziet als een punt van openbare orde.
De rechter zal dit formele gebrek dus niet ambtshalve beoordelen, doch pas nadat dit in de procedure is aangevoerd.
Het werkproces in de primaire fase zal in overeenstemming met voornoemde uitspraken worden gebracht.
Het UWV zal beleid ontwikkelen met betrekking tot de verzekeringsarts in opleiding en de rol van de mentor.
Dat beleid is er op gericht dat een rechter concrete en verifieerbare informatie krijgt, waaruit hij kan afleiden dat de kwaliteit van de verzekeringsarts in opleiding in het hem concreet voorliggende dossier is gewaarborgd.
Zodra dit beleid is vastgesteld, zal het UWV mij inlichten over de te volgen werkwijze.
Het UWV heeft aangegeven dat de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep geen aanleiding geven tot het spontaan herbeoordelen van dossiers om te bezien of een correctie aan de orde is.

De genomen beslissingen zijn immers niet inhoudelijk onjuist, maar er is sprake van een formeel gebrek.
Bij een formeel gebrek acht het UWV zich niet verplicht om opnieuw te kijken naar de beslissingen in die gevallen waarin de mogelijkheid van bezwaar en beroep niet is benut en waarin de beslissing dus onherroepelijk is geworden. In lopende bezwaarzaken zal het formele gebrek wel hersteld worden.
Ik onderschrijf deze opvatting van het UWV.
De Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,
(J.P.H. Donner)

............................................................................................................................................................................................................................................................................

Commentaar hierop van twee mensen die van wanten weten en echt weten waarover ze praten richting SP:

1 Donner denkt weer slimme truc uit te halen. Alles valt of staat met het waarborgen binnen UWV van de supervisie van VA's in opleiding.
Daarnaast ben ik er VAST van overtuigd, dat lang niet elke basisarts bij UWV een VA in opleiding. is, daaronder dan te verstaan, dat die cursorisch onderwijs volgt bij de NSPOH.
Vele basisartsen zijn immers geworven via uitzendburo's, hebben die interne GIB opleiding van een half jr. gevolgd, plus CBBS cursusje.
In die advertenties stond indertijd, dat ze op tijdelijke basis werden aangenomen, en evt. NA vaste indiensttreding de VA opleiding konden gaan volgen....dat zou dan na een jaar of twee zijn, nogal hypothetisch, omdat de herbo dan inmiddels is afgelopen zal het daarvan waarschijnlijk nooit komen. Lokkertje, dus.

Daarnaast, op vragen indertijd van Jan de Wit gaf De Geus al toe, dat er sinds jaar en dag een stuk of 100 basisartsen bij UWV in dienst zijn, die helemaal geen opleiding volgen. Maar, wel alle bijscholing volgen, derhalve aan de zorgvuldigheidseisen voldoen (?).Valt moeilijk met elkaar te rijmen, dat ze na al die jaren dan nog steeds basisarts zijn.

Nu zijn via de Medisch Contact website de standaards en protocollen van alle artsenspecialistengroepen te vinden, binnen de SGRC de standaarden en protocollen van de artsen binnen de sociale geneeskunde (waaronder VA's) dus.
Daar zal ook wel te vinden zijn, aan welke eisen de supervisie tijdens opleiding moet voldoen.
Alleen: IK kom daar niet bij: heb een zgn. E-abonnement op MC voor niet-artsen, en voor die protocollen moeten artsen inloggen.
Ben er vast van overtuigd, dat supervisieregels binnen UWV met voeten worden getreden, en de stafartsen zich vaak zullen beperken tot het aan het eind van de dag aftekenen van rapportage van basisartsen, zodat ze juridisch ingedekt zijn.
De kwaliteit van supervisie aan de kaak stellen, lijkt me dus een ingang.
Wellicht beschikken jullie binnen de fractie over een volwaardig MC abonnement, Agnes Kant bijvoorbeeld, die is van huis uit toch medisch specialist?

2 Het is geen slimme juridische truc, maar slim gedraai van een juridische drol in een pispot.

Er wordt duidelijk aangegeven dat wanneer de supervisie niet of onvoldoende blijkt, de medische beoordeling “onzorgvuldig tot stand is gekomen” waar wordt afgesloten met “het is puur formeel en beleid wordt er voor opgezet”.

Dan gaan we nu slim juridisch praten:
Elke medische beoordeling door een niet geregistreerde va dan wel VA in opleiding waarbij niet uit alle stukken blijkt dat het medische deel mede is beoordeeld door een geregistreerd VA, is een medisch onzorgvuldig tot stand gekomen beoordeling.
Die onzorgvuldigheid is en blijft er tot nieuw beleid is in- en doorgevoerd en de onzorgvuldigheid niet in bezwaar wordt gecorrigeerd.

Gezien het feit dat UWV over meer kennis beschikt dan haar cliënten, welke cliënten door een niet geregistreerde VA zijn beoordeeld, en cliënten moeten kunnen vertrouwen op het feit dat een medische beoordeling zorgvuldig wordt uitgevoerd
rust op UWV de plicht het verzuim te corrigeren.
Immers uit de UWV administratie moet kunnen blijken wanneer een arts geregistreerd VA is geworden en welke cliënten voor die datum door hem/haar beoordeeld zijn.
Uit de beoordelinsoproepen en verslagen blijkt namelijk nooit met 100% zekerheid, dan wel bij hoge uitzondering, of een arts een geregistreerd VA is……..daar wordt door cliënten domweg van uit gegaan.
Wanneer je navraag doet naar een arts wordt namelijk ook nooit aangegeven per welke datum de arts als VA geregistreerd is, men MOET dus op UWV kunnen vertrouwen.

Tijd voor een motie lijkt mij !!
Immers een medisch onzorgvuldig tot stand gekomen beschikking/beslissing is strijdig met het zorgvuldigheidsbeginsel (o.a. Algemene Wet Bestuursrecht)

3 Er is duidelijk sprake van strijdigheid met art. 3.2 AWB (zorgvuldigheidsbeginsel), daarnaast kan strijdigheid zijn met het verbod op détournement de pouvoir (art. 3.3 AWB); dit is een verbod voor bestuursorganen om bestuursbevoegdheden te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor ze gegeven zijn.
Daarnaast strijdigheid met het Fair Trial beginsel binnen het EVRM (art. 6). (UWV beschikt over meer kennis dan de cliënten). Met name is dan lid 1 van toepassing.
En of Donner het leuk vindt of niet, supranationale wetgeving gaat boven nationale wetgeving. En de invloed van de eerste wordt alsmaar groter.....

Verder: de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (A.B.B.B.), met name: het vertrouwensbeginsel: een burger in een democratische rechtsstaat mag kunnen uitgaan van een betrouwbare overheid.
Daarnaast is het dus zo, dat uit div. (NL) jurisprudentie blijkt, dat rechtbanken vaak de zwakste partij the benefit of the doubt geven.

De SGRC registratie maakt duidelijk, op welke datum iemand geregistreerd is als verzekeringsarts.
Maar: alleen mensen die in kunnen loggen op Medisch Contact, hebben toegang tot die gegevens....

De "huis/tuin/keuken"WAO-er moet het doen met het BIG register, waaruit datum inschrijving NIET valt op te maken.

Mij is het geval bekend van iemand die door een VA in opleiding werd gekeurd bij de primaire keuring, bij nachecken bleek die dus bij BIG ook als basisarts geregistreerd te staan.
Tijdens de beroepsprocedure werden die gegevens door de advocaat nogmaals gecheckt, en tegen die tijd bleek de VA inmiddels als zodanig geregistreerd te staan.
Omdat voor een WAO-er datum inschrijving niet te achterhalen is, had deze persoon in beroep geen poot gehad om op te staan, als ten tijde van de primaire keuring de inschrijving al niet gecheckt was.

ALLES pleit er dus voor, dat via BIG ook de datum van inschrijving te achterhalen valt......om als WAO-er niet op achterstand gezet te worden jegens UWV.
Ook DIT zou met een beroep op het Fair Trial beginsel juridisch af te dwingen moeten zijn.

ONDERTUSSEN: mensen, check dus METEEN ten tijde van de primaire keuring, in welke hoedanigheid de keuringsarts ingeschreven staat, wacht daar dus NIET mee, tot je verder in het juridisch traject zit.