waotrefpunt.com
Het
Lourdes van de WAO
"Je gaat ziek naar binnen en staat wonderbaarlijk genezen weer buiten
".
" De eerste arts die dat is gelukt: een echte wonderdokter! "
De Slachting van het UWV
Vangnet vol gaten - de WIA geeft nauwelijks verzekering bij arbeidsongeschiktheid.
Uit: De Intermediair, 18-01-2007
De strijdigheid van de WIA met de ILO regels, hetgeen zeer grote gevolgen kan
hebben!!
Wie onverhoopt zijn werk niet meer kan doen door ziekte of een handicap, heeft
sinds een jaar veel minder recht op een uitkering.
Nederland wordt daarom internationaal ter verantwoording geroepen.
Drie broers met erfelijke ziekte
Duurzaam ziek
Arbeidsongeschikt door beroep
Niet arbeidsongeschikt genoeg voor een uitkering, maar wél voor ontslag.
Dat overkwam vorig jaar een aanzienlijk aantal werknemers. Eerst werden ze
getroffen door een ziekte of ongeval.
Daarna zaten ze gedwongen twee jaar thuis in de ziektewet omdat hun werkgever
geen passende functie voor hen had.
Vervolgens werden ze gekeurd en kregen ze te horen dat ze weliswaar gedeeltelijk
arbeidsongeschikt waren, maar toch niet in aanmerking kwamen voor een uitkering.
En toen werden ze door hun werkgever ontslagen.
Vorige week lekte via De Telegraaf een onderzoek uit van de Stichting van de
Arbeid waaruit blijkt dat werknemers die een beetje (minder dan 35 procent)
arbeidsongeschikt zijn, een flinke kans (62 procent) hebben om na twee jaar
ziekte te worden ontslagen.
Maar ze raken niet alleen hun baan kwijt; ze krijgen bovendien geen hulp bij
re-integratie en hebben geen recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
En als ze geen andere baan vinden, komen ze na een korte periode in de WW
terecht in de bijstand.
Dat is een gevolg van de omzetting, begin vorig jaar, van de WAO (Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering) in de WIA, Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen. Langzaam wordt duidelijk dat dit geen geringe ingreep is
geweest.
Het (te) stevige vangnet dat de WAO ooit was, vertoont nu grote gaten.
In feite bestaat er voor grote groepen werknemers geen goede
arbeidsongeschiktheidsverzekering meer.
Drie broers met erfelijke ziekte
Want hoe werkt de WIA?
Dat valt het best te illustreren met het fictieve voorbeeld van drie broers (een
idee ontleend aan een interne notitie van de PvdA-fractie). Deze broers werken
alle drie bij de spekblokjesfabriek van hun oom. De eerste verdient als
vleeswaren inpakker het minimumloon.
De tweede is opgeklommen naar de post van assistent manager met een modaal
salaris.
De derde broer verdient als productiemanager twee keer modaal.
De broers blijken alle drie een erfelijke ziekte te hebben, waardoor ze vanaf
een zeker moment hun werk niet meer kunnen doen.
Er volgen twee ziektejaren waarin ze met hulp van hun werkgever en een
arbodienst proberen ander werk te vinden, echter zonder succes.
Ze moeten naar het UWV voor een keuring.
Alle drie krijgen ze te horen dat ze nog bepaalde functies kunnen vervullen
waarmee ze 825 euro per maand kunnen verdienen.
Dat betekent voor alle drie een achteruitgang. Maar voor de een is die
achteruitgang een stuk groter dan voor de ander.
Broer één verdiende 1.264 euro en verliest door zijn ziekte minder dan 35
procent van zijn inkomen (het verschil tussen 1.264 en 825 euro). Hij krijgt
daarom geen arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Zelfs als hij werk vindt waarmee hij 825 euro kan verdienen, zoals het UWV hem
heeft voorgehouden, dan zit hij nog onder de bijstandsnorm voor een
alleenstaande.
De middelste broer heeft meer geluk. Hij heeft precies dezelfde ziekte, maar
krijgt wél een poosje een uitkering gebaseerd op zijn loon.
De kloof tussen zijn oude, modale loon en wat hij volgens het UWV nog kan
verdienen (825 euro) is dusdanig dat hij meer dan 35 procent arbeidsongeschikt
wordt verklaard (zie kader ‘Hoeveel procent?’).
Hij krijgt daarom tijdelijk een uitkering van 70 procent van zijn
laatstverdiende loon. Iemands uitkering is dus aan zijn loon gekoppeld.
De duur ervan hangt af van hoe lang hij heeft gewerkt.
Wie vijf jaar heeft gewerkt, krijgt zes maanden een uitkering; wie twintig jaar
heeft gewerkt, twee jaar.
Daarna is de situatie onzeker.
Broer 2 valt namelijk onder de nieuwe regeling ‘Werkhervatting Gedeeltelijk
Arbeidsgeschikten’ (WGA), een onderdeel van de WIA.
Als hij erin slaagt een baantje te vinden waarin hij minstens de helft verdient
van de 825 euro die hij volgens het UWV met zijn beperkingen nog kan verdienen,
krijgt hij bij wijze van bonus een ‘loonaanvullingsuitkering’.
Zijn salaris en uitkering samen komen dan vrijwel altijd uit boven zeventig
procent van zijn laatstverdiende loon.
Dat is meer dan in de oude WAO.
Als hij echter niet aan de slag gaat of kan gaan, krijgt hij een
‘vervolguitkering’ van zeventig procent van het minimumloon, vergelijkbaar met
een uitkering op of net onder het bijstandsniveau.
Is er dan niemand zeker van zijn uitkering?
Jawel: de broer met het hoogste salaris. Omdat hij twee keer modaal verdiende
(4.552 euro), bedraagt zijn inkomensdaling (het verschil tussen zijn oude
salaris en het salaris dat hij met zijn handicap nog kan verdienen) liefst 82
procent.
Daarmee is hij volgens de oude én de nieuwe normen volledig arbeidsongeschikt.
Als de artsen hem ook duurzaam volledig arbeidsongeschikt vinden, dus zonder
kans op herstel, krijgt hij een uitkering van 75 procent van zijn oude salaris ¬
dat is vijf procent meer dan onder de oude regeling.
Deze uitkering loopt door tot zijn pensioen en hij hoeft nooit meer te
solliciteren.
Duurzaam ziek
Het aantal mensen dat in dezelfde categorie valt als broer drie is echter enorm
afgenomen.
In 2004 kregen 35 duizend mensen nog een uitkering wegens volledige
arbeidsongeschiktheid toegewezen.
Het afgelopen jaar waren dat er hooguit 3500 ¬ veel minder dan het parlement
verwachtte toen het deze wet goedkeurde.
Dat komt zo: twee jaar geleden woedde achter de schermen een pittige discussie
tussen de keuringsartsen van het UWV en juristen van het ministerie van Sociale
Zaken.
Het ging over een ogenschijnlijk pietluttig detail, de introductie van het woord
‘duurzaam’ in de WIA. Maar er stond veel op het spel.
Volgens de nieuwe wet zou niet meer elke volledig arbeidsongeschikte werknemer
een behoorlijke uitkering krijgen, maar alleen nog mensen van wie onomstotelijk
kon worden vastgesteld dat hun situatie niet binnen een jaar zou verbeteren.
De keuringsartsen waren ziedend. Hoe kon de minister hen nu dwingen om in de
toekomst te kijken?
Artsen zijn normaal gesproken zeer terughoudend met voorspellen.
Maar de minister hield voet bij stuk en de keuringsartsen werden gedwongen tot
giswerk.
In de wettelijke voorschriften staat onder meer: als de arts niet overtuigend
kan aantonen dat de situatie van een arbeidsongeschikte over een jaar nog net zo
uitzichtloos zal zijn, moet hij ervan uitgaan dat er verbetering kan optreden.
Het zal niet verbazen dat door deze bepaling nauwelijks nog werknemers duurzaam
volledig arbeidsongeschikt worden verklaard.
Alleen werknemers die ondubbelzinnig doodziek zijn of niet meer voor zichzelf
kunnen zorgen, hebben tot hun pensioen recht op een behoorlijke
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Arbeidsongeschikt door beroep
Inmiddels maken de juristen van Sociale Zaken zich op voor de volgende
confrontatie.
Die krijgen ze met de vooraanstaande International
Labour Organization (ILO) in Genève.
Verdrag 121 van de ILO, dat door Nederland is ondertekend, regelt de hoogte en
duur van uitkeringen aan werknemers die door hun beroep arbeidsongeschikt zijn
geworden.
In Nederland gaat het om naar schatting vijftien tot veertig procent van de
arbeidsongeschikten: veelal werknemers met RSI, gehoorschade, psychische
klachten of een versleten rug.
Volgens de internationale afspraken moeten zij een uitkering krijgen die
minstens gelijk is aan zestig procent van hun laatstverdiende loon. Bovendien
mag de duur van hun uitkering niet afhankelijk zijn van het aantal gewerkte
jaren.
Hoe verhoudt dit zich tot de WIA? ‘Niet’, zegt Frans Pennings, hoogleraar
internationaal sociaal zekerheidsrecht in Tilburg.
‘De WIA is in strijd met het ILO-verdrag.’
Met andere woorden: zelfs wie als gevolg van zijn werk ziek of gehandicapt
wordt, krijgt in de WIA minder uitkering dan waarop hij volgens internationale
verdragen recht heeft.
Minister De Geus had de ILO vorig jaar om een oordeel over zijn nieuwe wet
gevraagd.
Maar het ILO-bestuur zag er geen been in om officieel te reageren op iets dat al
lang in kannen en kruiken was.
In plaats daarvan schoof het de brief uit Nederland door naar een ‘comité van
deskundigen’, lager in de hiërarchie.
En dit zal waarschijnlijk binnenkort zijn mening geven. Sociale Zaken gaat deze
slag verliezen, denkt Pennings.
‘En aangezien Nederland aanwijzingen van de ILO altijd heeft opgevolgd, is ook
nu te verwachten dat de wet dan wordt aangepast.’
Tekst: Luuk Sengers, Illustraties: Yvonne Kroese
Note:
Waar gaat het om: anders dan in andere landen, kent NL binnen de A.O het
principe van Risque Social, in plaats van Risque Professionel.
Dit houdt in, dat er in NL geen registratie wordt bijgehouden, van het aantal
mensen, dat op grond van beroepsziekten arbeidsongeschikt wordt, ook bijv FNV
beschikt NIET over deze gegevens.
De WAO is immers in 1967 als arbeidsongeschiktheidswet ingevoerd als opvolger
van de Invaliditeitswet en de Ongevallenwet, om te garanderen, dat mensen bij
A.O door welke oorzaak dan ook, aanspraak zouden kunnen maken op een uitkering.
(het systeem van Risque Social).
Concluderend: moet op last van de ILO de WIA moeten worden
aangepast, dan zal dat voor ALLE arbeidsongeschikten moeten gelden, en niet
uitsluitend voor de mensen die afgekeurd zijn wegens beroepsziekten.
En ook al zijn zoals bekend, de eisen om binnen de WIA regelgeving oftewel in de
WGA dan wel de IVA terecht te komen, buitenproportioneel aangescherpt, ook hier
is wetsmatig GEEN verschil aangebracht tussen Risque Professionel, en Risque
Social.
Daarvoor ontbrak voldoende politiek draagvlak.
Hieraan dient echter toegevoegd te worden, dat er momenteel wel een tendens is
dit onderscheid te gaan maken: zie bijv de recente uitspraak over de RSI
patiënt, die privé ook aan bungeejumpen deed. Maar wettelijk gezien, is in NL
ook nu nog A.O. een Risque Social.
Info: hoeveel procent arbeidsongeschikt?
Het percentage arbeidsongeschiktheid is gebaseerd op het verlies aan inkomen.
Wie 35 procent arbeidsongeschikt is, mist niet 35 procent van zijn
lichaamsfuncties; het betekent dat hij door ziekte of handicap naar verwachting
35 procent minder kan verdienen dan voorheen. Het percentage wordt vastgesteld
door een arbeidsdeskundige van het UWV.
Deze bekijkt welke functies iemand, gelet op ziekte of handicap, nog zou kunnen
uitvoeren.
Hij vergelijkt het salaris voor die functies met het loon van de cliënt voordat
deze arbeidsongeschikt raakte.
Het verschil is het arbeidsongeschiktheidspercentage.
De uitkering waarop iemand recht heeft, wordt met dat percentage
vermenigvuldigd.
Dus iemand die 50 procent arbeidsongeschikt is en recht heeft op een uitkering
van 70 procent van zijn laatstverdiende loon, krijgt een uitkering van 50
procent x 70 procent = 35 procent van zijn laatstverdiende loon.
Dat wordt aangevuld met salaris uit een baan of een werkloosheidsuitkering.
Info: Gelijke monniken, ongelijke kappen
De nieuwe arbeidsongeschiktheidsverzekering WIA geldt voor alle werknemers. Voor
alle?
Nee, ministers en Kamerleden vallen onder een aparte wettelijke regeling die
gunstiger is.
Als zij arbeidsongeschikt raken, krijgen ze een hogere uitkering
dan gewone werknemers.
Bovendien hoeven ze niet met hun ziekte of handicap te werken.
Als ze werkloos thuis blijven zitten, ontvangen ze het eerste jaar nog altijd
7.350 (minister) of 5.100 (parlementslid) euro bruto per maand.
Een minister of Kamerlid dat door ziekte of handicap zijn werk als politicus
niet meer kan doen, krijgt eerst wachtgeld.
De duur daarvan varieert van twee tot zes jaar, afhankelijk van de ambtstermijn.
Het eerste jaar bedraagt de uitkering tachtig procent van het laatstverdiende
loon, de daarop volgende jaren zeventig procent.
Daarna kan de ex-politicus een beroep doen op een invaliditeitsuitkering.
Hij ontvangt dan ¬ afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid ¬ nog een
uitkering van zeventig, zestig of veertig procent van zijn laatstverdiende loon.
Gedeeltelijk arbeidsongeschikte bewindslieden en Kamerleden
hebben geen sollicitatieplicht.
Daarnaast wordt hun uitkering nimmer afgestemd op het minimumloon
- zoals bij andere arbeidsongeschikten zonder werk - maar steeds op het salaris
dat zij als politicus verdienden.
Momenteel werkt het ministerie van Binnenlandse Zaken aan een wetsvoorstel dat
een einde zou moeten maken aan de ongelijke behandeling. De Tweede Kamer had
hierom gevraagd. Dat ook álle verschillen worden opgeheven, is echter allerminst
zeker.
Bron: Intermediair
Met dank aan een gedupeerde.